speelafspraakje

Hoe overleef ik… een speelafspraakje

Speelafspraakjes: hartstikke leuk voor je kind, maar zelf zit je er niet altijd op te wachten. En net als je huis een teringbende en je gewoon totaal geen zin hebt in andermans kinderen, wil je kind natuurlijk met zijn of haar klasgenootje bij jou thuis spelen… Vandaag geef ik je wat tips om speelafspraakjes te overleven.

1. Buiten spelen

Gelukkig is het lente en hopelijk krijgen we flink veel mooie dagen. Ik vind basisschoolkinderen groot genoeg om zelf in de tuin te spelen (die is namelijk helemaal afgesloten). Dus bij mooi weer mogen ze lekker naar buiten, doei!

2. Of naar boven

Mijn kleuter stelt zelf vaak al voor om op haar slaapkamer te gaan spelen. Prima, gaan jullie maar lekker naar boven!

3. Doe je eigen ding

Het voelt toch altijd een beetje anders als er andere kinderen in huis zijn. Zo nu en dan kijk ik even of het goed gaat, zeker als mijn peuter (die binnen een minuut een hele kamer op de kop kan zetten) meespeelt. Maar verder doe ik gewoon mijn eigen ding. Meestal ben ik even bezig met het huishouden, dat kan prima als de kinderen aan het spelen zijn.

4. Doe soms even alsof je doof bent

Ik heb kinderen wel eens dingen horen zeggen die echt niet kunnen. En als een vriendje of vriendinnetje grove dingen tegen mij zou zeggen, zou ik ze zeker corrigeren. Maar als het tijdens het spelen is, doe ik wel eens alsof ik het niet hoor. Pick your battles.

5. Breng ze op ideeën

Als twee kleutertjes je vragend aan beginnen te kijken, breng ze dan even op ideeën. ‘Hé, weet je nog die nieuwe bal die we laatst gekocht hebben?’ ‘Ja, kom, we gaan voetballen!’. Of ‘Heb je je Barbies al laten zien aan *naam klasgenootje*?’ ‘Nee, zullen we naar boven gaan?’.

6. Food

Sommige kinderen zijn te druk aan het spelen en anderen hebben de hele middag honger. Allebei prima, ik heb geen zin in discussies of chagrijnige kleuters. Dus ja hoor, jullie mogen best nog een koekje. En toen was ‘de mama van Nomi’ ook meteen ‘super lief’. Score!

7. Niet iedere dag

Ik vind het een beetje te veel van het goede om iedere dag met een klasgenootje te gaan spelen. Dus als ze gisteren al gespeeld heeft, doen we dat vandaag maar even niet. Hoewel, als ze bedenkt om bíj een klasgenootje te gaan spelen, wil ik misschien wel een uitzondering maken.

8. Welke klasgenootjes

‘Mag ik spelen met *naam klasgenootje die nooit luistert naar de juf en regelmatig andere kinderen slaat*?’ ‘Eh nee, vandaag even niet.’ En dit is waarschijnlijk totaal niet pedagogisch verantwoord; maar ik heb mijn kleuter verteld dat ik graag wil dat ze met lieve kindjes speelt. Wat ook werkt is ‘Wanneer ga je een keer met *naam klasgenootje* spelen? Dat is een lief meisje toch?’.

Heb jij nog tips?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.